Spring naar inhoud

Een levenlang leren in het MBO

oktober 24, 2016

We leiden jonge mensen op voor beroepen die er straks mogelijk niet meer zijn. Het is wachten op het moment dat de eerste robotstewardess of de eerste zelfrijdende truck hun entree zullen doen. Het is de kunst voor MBO-opleidingen om enerzijds nu te luisteren naar de behoeften in de markt, zodat de huidige studenten na hun studie een baan kunnen vinden. En tegelijkertijd om ze erop voor te bereiden dat het beroep waarvoor ze kiezen er binnen een paar jaar heel anders uit kan gaan zien.

Of: dat de talenten waarover ze beschikken ook voor andere beroepen goed bruikbaar zijn. De opleiding Dienstverlening, waar ik nu stage loop, is daar een voorbeeld van. Zowel studenten die kiezen voor Helpende Zorg, als voor Facilitair en Sport & Recreatie volgen het zelfde lesprogramma in het eerste jaar. Of ze zich ook expliciet bewust zijn dat ze hiermee inzetbaar zijn voor meerdere beroepen, dat vraag ik me af. Natuurlijk zijn er ook voorbeelden van ambachtslieden, van wie het vak nog steeds bestaat uit handwerk en maatwerk: de kappers, de loodgieters en schilders.

Als vakman kun je vijf kanten op:

  • zelfde beroep, zelfde skills: specialiseren en combineren. De schilder die ook glas gaat zetten, omdat kozijnonderhoud vaak ook vervanging van glas inhoudt.
  • zelfde beroep, andere skills: de puntlasser is over een paar jaar niet meer nodig. Als operator van een 3D-puntlasprinter zou hij hetzelfde werk kunnen blijven doen.
  • zelfde skills, ander beroep: de kapster die stylen leuk vindt, wordt modeverkoopster of de monteur die docent techniek wordt aan het VMBO.
  • ander beroep, andere skills: de politieagent wordt kok.
  • zelfde werkveld, andere rol: een promotie maken als leidinggevende of een vervolgstudie doen aan het HBO.

Het kiezen voor een beroep geeft focus, richting en motivatie om een opleiding af te maken. Welke boodschap kunnen we formuleren zodat de huidige studenten met vertrouwen in de toekomst aan het werk te gaan? Met welke antenne of bagage kunnen MBO’ers duurzaam inzetbaar blijven?

Wendbare docenten

Waar we de studenten bewust van kunnen maken is dat ze binnen vier jaar waarschijnlijk iets anders doen dan het vak dat ze nu leren. Geen fijne boodschap voor wie het halen van dit diploma al een hele worsteling is. Waar gaan ze die kennis halen en vertalen voor zichzelf? De hoogopgeleiden zijn wel wendbaar: met social media, zoals Twitter, LinkedIn en Google+ is veel kennis gratis te vinden, zijn opinieleiders te volgen en kansen op te sporen.

Wie gaat deze antenne zijn voor MBO-ers, mocht het lastig blijken om deze zelf te ontwikkelen? Met alleen het vak ondernemendheid te onderwijzen kom je er niet mee. In het vorig blog heb ik de sociale leergemeenschappen genoemd, van lector Marc Coenders. Om vraag en aanbod naar vakmanschap blijvend beter op elkaar aan te laten sluiten, zijn er nieuwe perspectieven op leren en andere rollen voor docenten nodig.

Ook van docenten wordt wendbaarheid verwacht, op dezelfde manier als die van studenten wordt gevraagd. Coenders pleit voor Communities of Practice, waarin een vakgebied, de praktijk en het netwerk worden onderhouden en ontwikkeld. Rollen die hij ziet zijn: convenor (bijelkaarbrenger), facilitator (versterkt het leren) en steward (coördineert het proces).  Genoeg werk aan onze winkel!

Lilian Boonstra

24 oktober 2016

Advertenties

Hoe leren ze op het MBO?

oktober 14, 2016

Het Koning Willem 1 College heeft afgelopen maand een innovatieprijs gewonnen voor de manier waarop hun ROC les wil geven: leren voor een beroep en leren op de werkplek: hybride werkplekleren. Mijn doel is om Nederlands als vak ook een plek te geven bij dat hybride werkplekleren. Niet uit een boekje in een hoekje, maar om te werken met de taal die op de werkplek aanwezig is. Kwaliteitshandboeken, notulen, vergaderingen, correspondentie met klanten: op elke werkplek is geschreven en gesproken taal te vinden.

Wat is hybride werkplekleren?

Om duidelijk te maken welke visie op leren achter hybride werkplekleren zit, heb ik de afgelopen maand vaak dit plaatje getekend. De meeste ROC’s geven onderwijs, gericht op vakken. Het behalen van een diploma gaat door middel van het behalen van examens voor vakken. Een aantal ROC’s heeft geconstateerd samen met de werkgevers in hun regio dat wat de studenten leren niet direct aansluit of van betekenis is voor de werkgever. De werkgevers klagen dat ze de afgestudeerden nog helemaal zelf moeten opleiden om ze geschikt te maken voor het beroep. Dat is de aanleiding dat steeds meer ROC’s meer projectmatig en vakoverstijgend werken, gericht op het beroep (Drieslag Leren).

Eerst doen, dan pas de theorie

De omgekeerde leerweg, zoals hybride werkplekleren ook wel wordt genoemd (Erica Aalsma), gaat ervanuit dat zeker deze groep studenten het beste leert op de werkplek: door eerst te doen en pas daarna de boeken (of filmpjes) in te duiken om de stof te begrijpen. Deze manier van leren is motiverender, want concreet en betekenisvol. Het Koning Willem 1 College heeft deze manier van leren al succesvol doorgevoerd. NedTrain heeft werkt al vier jaar samen met ROC van Twente aan deze vorm van leren op het spoorwegemplacement in Zwolle.

Het leren van de toekomst vindt plaats in sociale leergemeenschappen

Twee weken geleden is Marc Coenders lector geworden aan de NHL in Wendbaar Vakmanschap. Zijn stelling is dat schoolinstellingen niet de wendbaarheid hebben om op tijd het nodige vakmanschap op te leiden, waar de markt om vraagt. Rond de werkgevers zullen sociale leergemeenschappen ontstaan, waar docenten nieuwe rollen hebben als procesbegeleiders en/ of verkenners. Innovatie ontstaat niet door nieuwe dingen, maar door bestaande kennis te integreren. Het kunnen vertalen van de nieuwe beroepen naar bestaande kennis in het kader van een leven lang leren, dat wordt de uitdaging. Waarover meer in het volgende blog.

Lilian Boonstra

14 oktober 2016

Hoe MBO-studenten beter Nederlands kunnen leren

september 28, 2016

Op vrijdag (23/9) was in Amersfoort de MBO Taalconferentie, georganiseerd door de ITTA (UvA). Voor een startend MBO-docent Nederlands een mooie gelegenheid om een overzicht te krijgen van wat er leeft en speelt in de wereld van MBO en Taal. En om inspirerende collega´s te ontmoeten, die vanuit het hele land waren samengekomen. De belangrijkste inzichten die ik mee naar huis heb genomen:

Werken met taal uit de praktijk en met vakdocenten

  • Voor goed en nuttig taalonderwijs is samenwerking tussen vakdocenten en docenten Nederlands noodzakelijk. De vakdocenten beheersen de vaktaal en de toepassing ervan; de docenten Nederlands het aanleren van mondelinge en schriftelijke vaardigheden. Om het taalniveau van de studenten omhoog te krijgen is daarom samenwerking nodig tussen vakdocenten en docenten Nederlands.
  • Er zijn ROC´s die met Drieslag Leren aan de gang zijn (Rotterdam, Leeuwarden). De werkpraktijk, de taal en taalproducten die hier gebruikt worden, zijn het uitgangspunt van het taalonderwijs. De motivatie van studenten om op deze manier met taal aan de slag te zijn is veel groter, want de materialen sluiten aan bij het taalniveau van de student en de situatie op de werkplek. Dit geeft zin en betekenis. De MBO-raad heeft met Kennisnet een database ontwikkeld om taalproducten te herkennen in materialen van vakdocenten en werkgevers.

Tussen spreektaal en vakjargon

Jannet van Drie van de UvA heeft in kaart gebracht dat tussen spreektaal en professioneel jargon nog twee niveaus van uitdrukken zitten: hoe je iets uitlegt en hoe je het opschrijft. De variatie zit in de mate van complexiteit en aanwezigheid van de context. Bij het schrijven van reflectieverslagen worden vaak begrippen gebruikt die complex zijn, zonder aanwezigheid van de context. Voor het MBO zou het inzetten van de tussenliggende niveaus van taal mogelijk een handvat bieden (Van Dat-taal naar Cat-taal).

Reflectieverslagen niet nuttig voor groot deel MBO 1 en 2

Ronald Hünneman (RuG) heeft studie gemaakt van het gedrag van apen en het gedrag van mensen in soaps. Zijn stelling: als je iets van mensen wilt begrijpen, lees dan alles over chimpansees. Hij onderscheidt verschillende niveaus van sociale cognitie, wat iets zegt over de ingewikkeldheid van denkniveaus. Het eerste niveau is die van Stimulus en Respons. Het tweede is ´Hij denkt dat er water is´. Het derde is: ´Ik denk dat Henk denkt dat er water is.´ De meeste mensen zitten zo rond het derde niveau. Soaps maximaal op niveau twee.

Een reflectie als ´Ik denk dat hij denkt dat ik denk dat hij dat denkt´ is van het vierde niveau. Reflectieverslagen zitten op niveau 3. Een niveau dat niet past bij de manier van waarnemen en handelen van een groot deel van MBO 2. Een vergeten groep, aldus Hünneman.

computer mouse and folders

Maak van een praktijkverslag een dossier

In de workshop van Gerald van Dijk van de HU hebben we een praktijkverslag geanalyseerd. Het verslag had geen kop en geen staart, bevatte spreektaal en vakjargon. Eigenlijk was het niet duidelijk welk doel het document had, voor wie het was geschreven.  Ook hebben we de instructie voor het maken van het verslag bekeken. De schrijvers hadden zich netjes gehouden aan de eisen waaraan het verslag moest voldoen. Van Dijk promoveert op taalonderwijs voor ICT-studenten. Zijn advies: maak van het praktijkverslag een dossier. In dit dossier zitten vier documenten:

  1. Het productverslag, waarin de beschrijving van het gemaakte product/ geleverde dienst, bestemd voor de docent.
  2. Een artikel voor een vakblad, met een uitleg over het onderwerp waar je mee bezig bent geweest, bestemd voor gebruikers. In foutloos Nederlands!
  3. Een procesbeschrijving, waarin de problemen staan die de student is tegengekomen, hoe tot een oplossing is gekomen en welke beslissingen de student heeft genomen. Dit hoeft maar een korte opsomming te zijn, bijv. 300 woorden. Bestemd voor de docent.
  4. Job Bag, aantekeningen, wat ga je bewaren voor een volgende opdracht, bronnen. Hoeft niet in net Nederlands, bestemd voor eigen gebruik.

Conclusie: een zeer waardevolle en leerzame conferentie, met interessante sprekers en veel nieuwe inzichten. Ik ga onderzoeken welke ik op korte termijn al kan inzetten in mijn eigen lessen en op welke manier vakdocenten zouden willen samenwerken voor het verbeteren van het taalniveau van de studenten.

Lilian Boonstra

28 september 2016

Waarom ik in het MBO aan de slag wil met Nederlands en hybride werkplekleren, update

september 5, 2016

Afgelopen week stond in de krant dat  het Koning Willem I College in Den Bosch de beste innovatie voor het MBO gerealiseerd, sinds de afgelopen 12 jaar (AD: 02/09/2016). Het KW1C heeft de afgelopen jaren het hybride werkplekleren ingevoerd. De leerlingen leren nu niet eerst de theorie om een diploma te behalen, maar leren in de praktijk voor een beroep.

De theorie wordt pas uitgelegd na ervaringen op de werkplek. De stof krijgt meer betekenis en de leerlingen zijn veel gemotiveerder om ermee aan de slag te gaan. Wie geïnteresseerd is in deze manier van leren leest het boek ´de omgekeerde leerweg´ van Erica Aalsma, van de Leermeesters. Zij is de geestelijk moeder van hybride werkplekleren.

Onderweg naar MBO docent

Na een leuke en leerzame stage bij de Entree-opleiding van het ROC Rijnijssel (MBO1) ben ik vorige week gestart bij het Graafschap College, bij de opleiding Dienstverlening van de sector Zorg, Welzijn, Sport en Recreatie. Wat ik ga doen is Nederlands geven aan leerlingen van het eerste en tweede jaar.

reactor.jpgDe introductieweek is gestart met een bezoek aan Kernwasser Wunderland, waar we een kijkje mochten nemen achter de schermen van dit pretpark. We hebben geleerd hoe we een tafel indekken, gecheckt met een lijst hoe schoon hotelkamers zijn en bedacht welke activiteiten we in de congreszalen zouden kunnen organiseren. Het was een mooie gelegenheid om de leerlingen en collega´s te leren kennen. Wat me opvalt is het plezier en de passie van de docenten en de vastberadenheid van de leerlingen om het diploma te gaan halen.

Wat mijn doel is bij deze stageplek -en waarmee ik heel blij ben dat ik daarvoor de gelegenheid krijg- is om aan de slag te gaan met Nederlands en hybride werkplekleren. De opleiding Mijn School gaat hiermee aan de slag en ik mag ze ondersteunen. De opleiding Dienstverlening wil graag de opgedane kennis en ervaring inzetten om meer maatwerk te kunnen gaan leveren. Naast lesgeven wordt dit mijn inbreng in het team. Ik geloof er in dat ook het leren van Nederlands op de werkplek het meest betekenisvol is, het leukste om te doen voor leerlingen en daarom het beste om te doen als docent!

We gaan ervan leren, de komende tijd. Ik heb er veel zin in!

Lilian Boonstra

5 september 2016

Stop met pitchen! Over een levenlang leren voor zzp’ers.

juli 1, 2016

Hoeveel aandacht besteden zzp’ers en zzp-netwerken aan levenlang leren?

Recent onderzoek geeft aan dat de meeste banen en opdrachten via netwerken worden verkregen. De arbeidsmarkt en het werk veranderen snel. Wie garandeert je dat het werk dat je nu doet over vijf jaar nog bestaat? Zzp-netwerken zouden veel meer samen met opdrachtgevers en opleiders gelegenheid tot leren voor zzp’ers kunnen organiseren, om aan de vraag van opdrachtgevers te kunnen blijven voldoen.

Visie en leiderschap in netwerken

ZP´ers zitten gemiddeld in drie netwerken: lokaal voor sociale contacten en vrijwilligerswerk (betekenisgeving), regionaal voor het verkrijgen van opdrachten en landelijk voor professionalisering. (Bron: KIZO (2014), De zzp-maatschappij, te groot om te negeren).

Er worden op dit moment interreg projecten bedacht, waar subsidie is voor ontwikkeling van regio’s. Hoeveel zzp-netwerken zijn hier actief mee bezig om bij te dragen aan regionale innovaties? Om ROC-docenten bij te praten over het hybride/ zzp-bestaan dat veel van hun studenten zullen gaan leven? Er zou meer potentie uit de netwerken gehaald kunnen worden voor duurzame inzetbaarheid van zelfstandige professionals, door visie, focus en leiderschap.

Aangehaakt blijven op arbeidsmarkt

In het aanbod van netwerken en trainingen voor zelfstandig professionals staan vaak ondernemerschap, pitchen en social media centraal. De opdrachtgever kiest echter voor vakmanschap en of hij in degene die hij voor zich ziet, het vertrouwen heeft om de klus te klaren.

Stop daarom met pitchen en begin met vragen. Aan elkaar en aan de klant: onderzoek per branche en vakgebied welke vragen er zijn, nu en in de toekomst. Welke kennis en expertise hebben zelfstandige professionals nodig om deze vragen samen op te kunnen blijven lossen?

Meer lezen over duurzame zzp’ers? www.fitvoordetoekomst.nl

Lilian Boonstra

28 mei 2016

Hoe word je een duurzame zzp’er?

mei 23, 2016

tee

Een maand geleden is het boek verschenen: FIT voor de toekomst: duurzame ondernemer/ duurzame zzp’er. Waarom zou je je als zzp’er je verdiepen in duurzaamheid? Er liggen hier veel kansen voor zzp’ers! Met de afspraken van de klimaatconferentie, afgelopen jaar in Parijs, is wereldwijd afgesproken dat in 2030 geen fossiele brandstoffen meer zullen worden gebruikt. Dat betekent nogal wat voor organisaties en bedrijven. Eerder of later gaat zal het roer omgaan. Wat betekent dat voor jou?

Inhoud

PrintOp alle vakgebieden is een slag naar duurzaamheid te maken. Als eerste denk je bij duurzaamheid aan de harde kant: energie, milieu en afval. Maar evenzeer nodig zijn visie, leiderschap, duurzame verdienmodellen, marketing en duurzame hrm. In het boek ‘Fit voor de Toekomst: duurzame ondernemer/ duurzame zzp’er’ zijn 11 diepte-interviews met zzp’ers uit verschillende branches en uiteenlopende vakgebieden die vertellen over de manier waarop zij samen met hun klanten duurzame oplossingen realiseren.

Proces

Op welke manier kun je zelf duurzaam werken? Hoe kun je kilometers verminderen, papiergebruik en energie besparen? Maar ook welk verdienmodel en hoeveel financiële reserves heb je om je eigen bedrijf duurzaam te laten voortbestaan? Achterin het boek staat een checklist om te zien wat je zelf al duurzaam doet en op welke punten je nog kunt verbeteren.

Context

Hoe blijf je als zzp’er aangehaakt bij de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt? Werk dat er nu is, zal wellicht over vijf jaar niet meer bestaan. Om bij te blijven en in te spelen op kansen voor werk, is nodig dat iedere professional een dag in de week investeert in opleiding en training.

Doe je vrijwilligerswerk om maatschappelijk betrokken te zijn? Volg je de nationale en internationale ontwikkelingen op je vakgebied? Oriënteer je je op wat er gebeurt in andere branches en wat je daarin kunt betekenen? Loop je via je netwerk stage om op de werkplek te blijven leren? Kennis is via social media en internet gratis en vrij toegankelijk. Weet jij de weg en volg jij je pad?

Informatie over het boek: www.fitvoordetoekomst.nl

Lilian Boonstra

23 mei 2016

 

Uitdagingen voor duurzame ondernemers en zzp’ers, verslag boekpresentatie 15/4

april 16, 2016

Op 15 april j.l. vond in het DRU-complex te Ulft de boekpresentatie plaats van het boek ‘FIT voor de toekomst: duurzame ondernemer, duurzame zzp’er’, van Otto Willemsen en Lilian Boonstra. Deze presentatie werd ingeleid en uitgeleid door twee interessante sprekers: Prof. dr. Leo Witvliet van Nyenrode verzorgde de inleiding over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en Maurits Groen sloot af met de uitdagingen voor een duurzaam Nederland.

Afnemende baangarantiefitleo.jpg

Witvliet sprak over baangarantie, werkgarantie en inkomensgarantie: 30 procent van de zzp’ers blijkt niet in staat om voor zichzelf baangarantie of werkgarantie te organiseren. Slechts 20 procent van de zzp’ers is ondernemer en bedruipt zichzelf goed. De baangarantie in het algemeen zal alleen nog maar afnemen (Bron: ZZP-vloot). Het communistische model werkte niet, het neoliberale model van ieder voor zich toont zich ook niet toereikend om een maatschappij te organiseren die fair is, aldus Witvliet. Dit vraagt om niet-uniforme keuzes, andere instrumenten en om verwachtingenmanagement.

Geen fossiele brandstof meer in 2030

fitmauritsMaurits Groen, no 1 duurzaamheid en uitvinder van de Waka-waka-lamp, vertelde over de betekenis van de klimaatconferentie in Parijs, dat het heel bijzonder is dat alle landen zijn overeengekomen dat in 2030 geen fossiele brandstof meer wordt gebruikt! Zouden we niets doen, dan zouden we streven van 3 graden temperatuurstijging niet halen, met rampzalige gevolgen.

Het hoopvolle is dat er wereldwijd commitment is voor de strategie en uitvoering voor het behalen van deze doelstellingen. Investeerders richten zich nu op alternatieve energiebronnen, met als gevolg dat binnen een korte tijd alle kolenmijnen in Amerika al failliet zijn. Volgens Groen zijn er voldoende kennis en middelen voorhanden om inventief te zijn. Het vraagt om de keuze op individueel en maatschappelijk niveau om hiermee aan de slag te gaan!

Informeren en inspireren FITsamen

Otto Willemsen en Lilian Boonstra hebben dit boek geschreven omdat zij kansen zien voor duurzame ondernemers en duurzame zzp’ers, op alle vakgebieden.  Het boek wil informeren en inspireren op welke manier samen duurzaam aan de slag te gaan. Wat zij met het boek willen bereiken?

  • Dat ondernemers de kansen zien van het strategisch samenwerken met zzp’ers in de flexibele schil, om innovatie, duurzaamheid en wendbaarheid te realiseren.
  • Dat zzp’ers kiezen voor vakmanschap, actief deelnemen in netwerken en dat zij duurzaam samenwerken.
  • Dat de overheid in haar beleid fair is voor zzp’ers, zich sterk maakt voor inkomensgarantie en werkgarantie voor zzp’ers die het in hun eentje niet voor elkaar krijgen.
  • Dat de opleiders hun studenten voorbereiden op een realiteit zonder baangarantie en met snel verouderende kennis: ze toerusten om zelfstandig aan de slag te gaan en leren hoe een levenlang te leren.
  • Dat de zzp’ers een levenlang kunnen blijven leren en het aanbod van opleiders hierop is toegesneden, met inzet van virtueel werkplekleren.

http://www.fitvoordetoekomst.nl/

Lilian Boonstra

16 april 2016