Skip to content

MBO Taalconferentie ‘de kwaliteit van feedback’

januari 21, 2017

Waarom stoor je mijn gesprek met jouw les?

Op 20 januari kwam een honderdtal MBO-docenten Nederlands uit het hele land naar Amersfoort, voor de taalconferentie van de MBO Taalacademie. Het onderwerp: de kwaliteit van feedback. Interessante sprekers uit de wetenschap en de praktijk deelden de nieuwste inzichten over feedback (Paul Kirschner),  formatieve toetsing (Kim Schildkamp), randvoorwaarden voor effectieve feedback bij adolescenten (Ingrid van Essen), instrumenten voor feedback (Jan Strybol), peerfeedback (Frank Evers) en zelfevaluatie. Hattie was voor veel van deze sprekers een belangrijke bron.

Wat neem ik mee voor mijn lessen?

Van Paul Kirschner over effectieve, efficiënte en bevredigende terugkoppeling, kan dat?

  • Wat het verschil is tussen single loop (correctief: wat was er fout?), double loop (directief: hoe kan het beter?) en triple loop (epistemisch: waarom, wie, wat, waar, wanneer en hoe). Dit laatste heeft de voorkeur, want deze vragen zetten aan tot nadenken en zetten het hoofd op AAN.
  • Geef je in je feedback ruimte en tijd aan vergelijking en verwerking: wat wordt er gedaan met je terugkoppeling?
  • Geef de feedback zo snel mogelijk, gedurende de eenheid, in hoofdpunten, wat correct is en incorrect en alleen schriftelijk en mondeling.

Van Kim Schildkamp over feedback middels formatief toetsen, randvoorwaarden en handvatten.

  • Over het Assessment for Learning van Black & Wiliam leren we dat formatief feedback gegeven kan worden als van tevoren gezamenlijke leerdoelen en succescriteria door de groep met de docent zijn bepaald. Door informatie te verzamelen, met inzet van peer assessment en self assessment.
  • De student, de medestudent en de docent hebben allemaal een rol en verantwoordelijkheid
  • Niet voor iedereen is feedback plezierig en feedback kan ook een tegengesteld effectoetsrevt hebben. Tip is dan om vooral positieve feedback te geven over wat iemand wel weet, kan of goed doet.
  • Feedback geven op iemand zelf, beklijft niet en heeft geen leereffect (jij bent fantastisch).
  • Het opsteken van vingers levert altijd 25 procent dezelfde vingers op. De verlegen mensen doen niet mee. De mensen die het al weten, willen anderen een kans geven. De derde groep is bang een verkeerd antwoord te geven en uitgelachen te worden. IJsstokjes kunnen uitkomst bieden in combinatie met zelfregulatie en goede feedback.
  • Een nieuw boek over formatief toetsen is Toetsrevolutie.nl.

Ingrid van Essen gaf uit haar praktijk en leven invulling aan het ARC-model. Als docent ben je een rolmodel. Adolescenten zijn met hun identiteit bezig. Wat ze laten zien is het topje van de ijsberg. Hun imago is belangrijk. Wat ze voelen, wat hun kwaliteiten zijn en wie ze echt zijn laten ze in de klas vaak niet zien. Authenticiteit en echt contact zijn de basis. Ook voor het ontvangen en geven van feedback.

Jan Strybol gaf het inzicht dat we vooral feedback geven op het niveau van besef: weet jij wel wat je fout doet? Hij adviseert om feedback te koppelen aan de motivatie van de student en de klas. Het tool menti.nl is een mooie manier om met wordles in kaart te brengen wat motivaties in een groep zijn. Handig waren zijn tips om te differentiëren met geeltjes met opdrachten, challenges en superchallenges. Leerlingen pakken een geeltje met een opdracht op hun eigen niveau en schrijven het antwoord en hun naam achterop. Vervolgens hangen ze de opdracht terug, zodat een andere leerling de opdracht kan maken. Ze vergelijken hun antwoorden met elkaar en discussieren hoe ze aan het antwoord zijn gekomen.

Feedback te geven op schrijfproducten kan het best met verschillende kleuren markers: met rood (dat had je al moeten weten/kunnen), geel (dat vraagt nu om aandacht) en blauw (niet goed, maar nog niet aan de orde). Hij begint in het rose en een geluidsfragment met positieve feedback (screencast-o-matic).

Frank van Essen gaf een vlammend verhaal over het leren met peerfeedback, ook met inzet van MOOC en andere tools, zoals Peerscolar. Zonder tussenkomst van de docent kunnen leerlingen veel van elkaar leren, zelfs door te spieken!

Dank organisatoren: het is jullie weer gelukt om een betekenisvolle dag met inhoud en netwerken te faciliteren.

Lilian Boonstra

21 januari 2017

 

 

 

Advertenties

Manifest voor MBO-studenten!

december 14, 2016

Beste MBO-student,

Wat voor docent kan ik het beste voor je zijn? Hoe kan ik het je mogelijk maken dat je straks een vakmens bent, die stevig in de schoenen staat? Die weet waar je goed in bent, wat je wilt en ook weet hoe je dat voor elkaar kunt krijgen? Hoe kan ik je bewust maken hoe je een netwerk bouwt om een leven lang te kunnen leren en een plek kunt vinden waar je vakmanschap duurzaam van betekenis kan zijn?

Bij de Avans Deeltijdacademie is vorig jaar een onderzoek geweest onder studenten welk onderwijs ze nodig hebben. Dat blijkt onderling nogal te verschillen, afhankelijk van voorkennis, motivatie en leerstijlen. Alleen een palet aan docenten blijkt de student tot wasdom te kunnen laten komen: de praktijkman, de theorievrouw, de regelaar en de coach…

Een manifest voor MBO-docenten?

Een manifest lijkt een manifestatie van aandacht voor een ondergewaardeerde sector. Aandacht is fijn, maar wat is het nut van het roepen wat we nu nodig hebben als docent? Het voelt als een wensenlijst voor de kerstman. Welke pakjes zijn volgend jaar nog van waarde? Beter dan te vragen naar de wensen van docenten, zou ik die van studenten willen weten: welke docenten hebben de MBO-studenten nodig? Wat willen ze kunnen en hoe leren ze dat?

Wat kunnen de MBO-docenten leren en samen doen, met partners in de regio, collega’s in het binnen- of buitenland, om toekomstbestendig professionals op te leiden binnen of buiten de muren van de school? Als in de nabije toekomst wordt gewerkt en geleerd in duurzame sociale leergemeenschappen, dan wens ik onszelf visie, lef en daadkracht om over regels en systemen heen te stappen en nieuwe piketpalen te slaan. Te luisteren waar de behoefte ligt, om de weg naar volwaardig vakmanschap te plaveien.

Lilian Boonstra

14 december 2016

Een levenlang leren in het MBO

oktober 24, 2016

We leiden jonge mensen op voor beroepen die er straks mogelijk niet meer zijn. Het is wachten op het moment dat de eerste robotstewardess of de eerste zelfrijdende truck hun entree zullen doen. Het is de kunst voor MBO-opleidingen om enerzijds nu te luisteren naar de behoeften in de markt, zodat de huidige studenten na hun studie een baan kunnen vinden. En tegelijkertijd om ze erop voor te bereiden dat het beroep waarvoor ze kiezen er binnen een paar jaar heel anders uit kan gaan zien.

Of: dat de talenten waarover ze beschikken ook voor andere beroepen goed bruikbaar zijn. De opleiding Dienstverlening, waar ik nu stage loop, is daar een voorbeeld van. Zowel studenten die kiezen voor Helpende Zorg, als voor Facilitair en Sport & Recreatie volgen het zelfde lesprogramma in het eerste jaar. Of ze zich ook expliciet bewust zijn dat ze hiermee inzetbaar zijn voor meerdere beroepen, dat vraag ik me af. Natuurlijk zijn er ook voorbeelden van ambachtslieden, van wie het vak nog steeds bestaat uit handwerk en maatwerk: de kappers, de loodgieters en schilders.

Als vakman kun je vijf kanten op:

  • zelfde beroep, zelfde skills: specialiseren en combineren. De schilder die ook glas gaat zetten, omdat kozijnonderhoud vaak ook vervanging van glas inhoudt.
  • zelfde beroep, andere skills: de puntlasser is over een paar jaar niet meer nodig. Als operator van een 3D-puntlasprinter zou hij hetzelfde werk kunnen blijven doen.
  • zelfde skills, ander beroep: de kapster die stylen leuk vindt, wordt modeverkoopster of de monteur die docent techniek wordt aan het VMBO.
  • ander beroep, andere skills: de politieagent wordt kok.
  • zelfde werkveld, andere rol: een promotie maken als leidinggevende of een vervolgstudie doen aan het HBO.

Het kiezen voor een beroep geeft focus, richting en motivatie om een opleiding af te maken. Welke boodschap kunnen we formuleren zodat de huidige studenten met vertrouwen in de toekomst aan het werk te gaan? Met welke antenne of bagage kunnen MBO’ers duurzaam inzetbaar blijven?

Wendbare docenten

Waar we de studenten bewust van kunnen maken is dat ze binnen vier jaar waarschijnlijk iets anders doen dan het vak dat ze nu leren. Geen fijne boodschap voor wie het halen van dit diploma al een hele worsteling is. Waar gaan ze die kennis halen en vertalen voor zichzelf? De hoogopgeleiden zijn wel wendbaar: met social media, zoals Twitter, LinkedIn en Google+ is veel kennis gratis te vinden, zijn opinieleiders te volgen en kansen op te sporen.

Wie gaat deze antenne zijn voor MBO-ers, mocht het lastig blijken om deze zelf te ontwikkelen? Met alleen het vak ondernemendheid te onderwijzen kom je er niet mee. In het vorig blog heb ik de sociale leergemeenschappen genoemd, van lector Marc Coenders. Om vraag en aanbod naar vakmanschap blijvend beter op elkaar aan te laten sluiten, zijn er nieuwe perspectieven op leren en andere rollen voor docenten nodig.

Ook van docenten wordt wendbaarheid verwacht, op dezelfde manier als die van studenten wordt gevraagd. Coenders pleit voor Communities of Practice, waarin een vakgebied, de praktijk en het netwerk worden onderhouden en ontwikkeld. Rollen die hij ziet zijn: convenor (bijelkaarbrenger), facilitator (versterkt het leren) en steward (coördineert het proces).  Genoeg werk aan onze winkel!

Lilian Boonstra

24 oktober 2016

Hoe leren ze op het MBO?

oktober 14, 2016

Het Koning Willem 1 College heeft afgelopen maand een innovatieprijs gewonnen voor de manier waarop hun ROC les wil geven: leren voor een beroep en leren op de werkplek: hybride werkplekleren. Mijn doel is om Nederlands als vak ook een plek te geven bij dat hybride werkplekleren. Niet uit een boekje in een hoekje, maar om te werken met de taal die op de werkplek aanwezig is. Kwaliteitshandboeken, notulen, vergaderingen, correspondentie met klanten: op elke werkplek is geschreven en gesproken taal te vinden.

Wat is hybride werkplekleren?

Om duidelijk te maken welke visie op leren achter hybride werkplekleren zit, heb ik de afgelopen maand vaak dit plaatje getekend. De meeste ROC’s geven onderwijs, gericht op vakken. Het behalen van een diploma gaat door middel van het behalen van examens voor vakken. Een aantal ROC’s heeft geconstateerd samen met de werkgevers in hun regio dat wat de studenten leren niet direct aansluit of van betekenis is voor de werkgever. De werkgevers klagen dat ze de afgestudeerden nog helemaal zelf moeten opleiden om ze geschikt te maken voor het beroep. Dat is de aanleiding dat steeds meer ROC’s meer projectmatig en vakoverstijgend werken, gericht op het beroep (Drieslag Leren).

Eerst doen, dan pas de theorie

De omgekeerde leerweg, zoals hybride werkplekleren ook wel wordt genoemd (Erica Aalsma), gaat ervanuit dat zeker deze groep studenten het beste leert op de werkplek: door eerst te doen en pas daarna de boeken (of filmpjes) in te duiken om de stof te begrijpen. Deze manier van leren is motiverender, want concreet en betekenisvol. Het Koning Willem 1 College heeft deze manier van leren al succesvol doorgevoerd. NedTrain heeft werkt al vier jaar samen met ROC van Twente aan deze vorm van leren op het spoorwegemplacement in Zwolle.

Het leren van de toekomst vindt plaats in sociale leergemeenschappen

Twee weken geleden is Marc Coenders lector geworden aan de NHL in Wendbaar Vakmanschap. Zijn stelling is dat schoolinstellingen niet de wendbaarheid hebben om op tijd het nodige vakmanschap op te leiden, waar de markt om vraagt. Rond de werkgevers zullen sociale leergemeenschappen ontstaan, waar docenten nieuwe rollen hebben als procesbegeleiders en/ of verkenners. Innovatie ontstaat niet door nieuwe dingen, maar door bestaande kennis te integreren. Het kunnen vertalen van de nieuwe beroepen naar bestaande kennis in het kader van een leven lang leren, dat wordt de uitdaging. Waarover meer in het volgende blog.

Lilian Boonstra

14 oktober 2016

Hoe MBO-studenten beter Nederlands kunnen leren

september 28, 2016

Op vrijdag (23/9) was in Amersfoort de MBO Taalconferentie, georganiseerd door de ITTA (UvA). Voor een startend MBO-docent Nederlands een mooie gelegenheid om een overzicht te krijgen van wat er leeft en speelt in de wereld van MBO en Taal. En om inspirerende collega´s te ontmoeten, die vanuit het hele land waren samengekomen. De belangrijkste inzichten die ik mee naar huis heb genomen:

Werken met taal uit de praktijk en met vakdocenten

  • Voor goed en nuttig taalonderwijs is samenwerking tussen vakdocenten en docenten Nederlands noodzakelijk. De vakdocenten beheersen de vaktaal en de toepassing ervan; de docenten Nederlands het aanleren van mondelinge en schriftelijke vaardigheden. Om het taalniveau van de studenten omhoog te krijgen is daarom samenwerking nodig tussen vakdocenten en docenten Nederlands.
  • Er zijn ROC´s die met Drieslag Leren aan de gang zijn (Rotterdam, Leeuwarden). De werkpraktijk, de taal en taalproducten die hier gebruikt worden, zijn het uitgangspunt van het taalonderwijs. De motivatie van studenten om op deze manier met taal aan de slag te zijn is veel groter, want de materialen sluiten aan bij het taalniveau van de student en de situatie op de werkplek. Dit geeft zin en betekenis. De MBO-raad heeft met Kennisnet een database ontwikkeld om taalproducten te herkennen in materialen van vakdocenten en werkgevers.

Tussen spreektaal en vakjargon

Jannet van Drie van de UvA heeft in kaart gebracht dat tussen spreektaal en professioneel jargon nog twee niveaus van uitdrukken zitten: hoe je iets uitlegt en hoe je het opschrijft. De variatie zit in de mate van complexiteit en aanwezigheid van de context. Bij het schrijven van reflectieverslagen worden vaak begrippen gebruikt die complex zijn, zonder aanwezigheid van de context. Voor het MBO zou het inzetten van de tussenliggende niveaus van taal mogelijk een handvat bieden (Van Dat-taal naar Cat-taal).

Reflectieverslagen niet nuttig voor groot deel MBO 1 en 2

Ronald Hünneman (RuG) heeft studie gemaakt van het gedrag van apen en het gedrag van mensen in soaps. Zijn stelling: als je iets van mensen wilt begrijpen, lees dan alles over chimpansees. Hij onderscheidt verschillende niveaus van sociale cognitie, wat iets zegt over de ingewikkeldheid van denkniveaus. Het eerste niveau is die van Stimulus en Respons. Het tweede is ´Hij denkt dat er water is´. Het derde is: ´Ik denk dat Henk denkt dat er water is.´ De meeste mensen zitten zo rond het derde niveau. Soaps maximaal op niveau twee.

Een reflectie als ´Ik denk dat hij denkt dat ik denk dat hij dat denkt´ is van het vierde niveau. Reflectieverslagen zitten op niveau 3. Een niveau dat niet past bij de manier van waarnemen en handelen van een groot deel van MBO 2. Een vergeten groep, aldus Hünneman.

computer mouse and folders

Maak van een praktijkverslag een dossier

In de workshop van Gerald van Dijk van de HU hebben we een praktijkverslag geanalyseerd. Het verslag had geen kop en geen staart, bevatte spreektaal en vakjargon. Eigenlijk was het niet duidelijk welk doel het document had, voor wie het was geschreven.  Ook hebben we de instructie voor het maken van het verslag bekeken. De schrijvers hadden zich netjes gehouden aan de eisen waaraan het verslag moest voldoen. Van Dijk promoveert op taalonderwijs voor ICT-studenten. Zijn advies: maak van het praktijkverslag een dossier. In dit dossier zitten vier documenten:

  1. Het productverslag, waarin de beschrijving van het gemaakte product/ geleverde dienst, bestemd voor de docent.
  2. Een artikel voor een vakblad, met een uitleg over het onderwerp waar je mee bezig bent geweest, bestemd voor gebruikers. In foutloos Nederlands!
  3. Een procesbeschrijving, waarin de problemen staan die de student is tegengekomen, hoe tot een oplossing is gekomen en welke beslissingen de student heeft genomen. Dit hoeft maar een korte opsomming te zijn, bijv. 300 woorden. Bestemd voor de docent.
  4. Job Bag, aantekeningen, wat ga je bewaren voor een volgende opdracht, bronnen. Hoeft niet in net Nederlands, bestemd voor eigen gebruik.

Conclusie: een zeer waardevolle en leerzame conferentie, met interessante sprekers en veel nieuwe inzichten. Ik ga onderzoeken welke ik op korte termijn al kan inzetten in mijn eigen lessen en op welke manier vakdocenten zouden willen samenwerken voor het verbeteren van het taalniveau van de studenten.

Lilian Boonstra

28 september 2016

Waarom ik in het MBO aan de slag wil met Nederlands en hybride werkplekleren, update

september 5, 2016

Afgelopen week stond in de krant dat  het Koning Willem I College in Den Bosch de beste innovatie voor het MBO gerealiseerd, sinds de afgelopen 12 jaar (AD: 02/09/2016). Het KW1C heeft de afgelopen jaren het hybride werkplekleren ingevoerd. De leerlingen leren nu niet eerst de theorie om een diploma te behalen, maar leren in de praktijk voor een beroep.

De theorie wordt pas uitgelegd na ervaringen op de werkplek. De stof krijgt meer betekenis en de leerlingen zijn veel gemotiveerder om ermee aan de slag te gaan. Wie geïnteresseerd is in deze manier van leren leest het boek ´de omgekeerde leerweg´ van Erica Aalsma, van de Leermeesters. Zij is de geestelijk moeder van hybride werkplekleren.

Onderweg naar MBO docent

Na een leuke en leerzame stage bij de Entree-opleiding van het ROC Rijnijssel (MBO1) ben ik vorige week gestart bij het Graafschap College, bij de opleiding Dienstverlening van de sector Zorg, Welzijn, Sport en Recreatie. Wat ik ga doen is Nederlands geven aan leerlingen van het eerste en tweede jaar.

reactor.jpgDe introductieweek is gestart met een bezoek aan Kernwasser Wunderland, waar we een kijkje mochten nemen achter de schermen van dit pretpark. We hebben geleerd hoe we een tafel indekken, gecheckt met een lijst hoe schoon hotelkamers zijn en bedacht welke activiteiten we in de congreszalen zouden kunnen organiseren. Het was een mooie gelegenheid om de leerlingen en collega´s te leren kennen. Wat me opvalt is het plezier en de passie van de docenten en de vastberadenheid van de leerlingen om het diploma te gaan halen.

Wat mijn doel is bij deze stageplek -en waarmee ik heel blij ben dat ik daarvoor de gelegenheid krijg- is om aan de slag te gaan met Nederlands en hybride werkplekleren. De opleiding Mijn School gaat hiermee aan de slag en ik mag ze ondersteunen. De opleiding Dienstverlening wil graag de opgedane kennis en ervaring inzetten om meer maatwerk te kunnen gaan leveren. Naast lesgeven wordt dit mijn inbreng in het team. Ik geloof er in dat ook het leren van Nederlands op de werkplek het meest betekenisvol is, het leukste om te doen voor leerlingen en daarom het beste om te doen als docent!

We gaan ervan leren, de komende tijd. Ik heb er veel zin in!

Lilian Boonstra

5 september 2016

Stop met pitchen! Over een levenlang leren voor zzp’ers.

juli 1, 2016

Hoeveel aandacht besteden zzp’ers en zzp-netwerken aan levenlang leren?

Recent onderzoek geeft aan dat de meeste banen en opdrachten via netwerken worden verkregen. De arbeidsmarkt en het werk veranderen snel. Wie garandeert je dat het werk dat je nu doet over vijf jaar nog bestaat? Zzp-netwerken zouden veel meer samen met opdrachtgevers en opleiders gelegenheid tot leren voor zzp’ers kunnen organiseren, om aan de vraag van opdrachtgevers te kunnen blijven voldoen.

Visie en leiderschap in netwerken

ZP´ers zitten gemiddeld in drie netwerken: lokaal voor sociale contacten en vrijwilligerswerk (betekenisgeving), regionaal voor het verkrijgen van opdrachten en landelijk voor professionalisering. (Bron: KIZO (2014), De zzp-maatschappij, te groot om te negeren).

Er worden op dit moment interreg projecten bedacht, waar subsidie is voor ontwikkeling van regio’s. Hoeveel zzp-netwerken zijn hier actief mee bezig om bij te dragen aan regionale innovaties? Om ROC-docenten bij te praten over het hybride/ zzp-bestaan dat veel van hun studenten zullen gaan leven? Er zou meer potentie uit de netwerken gehaald kunnen worden voor duurzame inzetbaarheid van zelfstandige professionals, door visie, focus en leiderschap.

Aangehaakt blijven op arbeidsmarkt

In het aanbod van netwerken en trainingen voor zelfstandig professionals staan vaak ondernemerschap, pitchen en social media centraal. De opdrachtgever kiest echter voor vakmanschap en of hij in degene die hij voor zich ziet, het vertrouwen heeft om de klus te klaren.

Stop daarom met pitchen en begin met vragen. Aan elkaar en aan de klant: onderzoek per branche en vakgebied welke vragen er zijn, nu en in de toekomst. Welke kennis en expertise hebben zelfstandige professionals nodig om deze vragen samen op te kunnen blijven lossen?

Meer lezen over duurzame zzp’ers? www.fitvoordetoekomst.nl

Lilian Boonstra

28 mei 2016